Woensdag 9 juni - LAATSTE BLOG
'I have to wrap and move this chair, m'dam.'
'Oh I'm sorry.'
Ik sta op van de stoel en ga onwennig op de vensterbank zitten. De laptop rust op mijn schoot, want ook de tafel heeft zo-even een plastiek jasje gekregen.
De verhuizers zijn met twee. In razendsnel tempo pakken ze alle meubels in en verslepen ze de tientallen kartonnen dozen naar beneden. De verhuiswagen raakt voller, het appartement steeds holler. Herman haalt de stofzuiger tevoorschijn. Het anders zo vertrouwde gezoem voelt vreemd aan. Het mist huiselijkheid.
'Wat doe je?', roept hij boven het lawaai uit.
'Ik schrijf mijn allerlaatste blog', roep ik terug.
Herman plant zijn voet op het apparaat - het gezoem houdt op.
'Waarover?'
Ik haal mijn schouders op. Tja, waarover?
'Over de stofzuiger', zeg ik maar.
'Mm.'
Herman loopt naar de keuken.
'Hebben we nog glazen? Ik heb dorst!', klinkt het door de openstaande keukendeur.
'De laatste twee heb ik ingepakt. Drink maar van de fles', is mijn antwoord.
Herman houdt twee liter water boven zijn hoofd en drinkt gulzig. Hij vult zijn leegte.
'Ik moet je iets vertellen', zegt hij tussen twee slokken door. 'Iets wat ik een jaar lang geheim heb gehouden voor jou.'
'Wat dan?', vraag ik verschrikt. 'Iets ergs?'
'Nogal. Ik heb het verzwegen omdat ik weet dat je je hier anders niet op je gemak zou voelen. Je zou een jaar lang niet geslapen hebben.'
'Wat ... hoe bedoel je? Heeft het met inbrekers te maken of zo?'
Herman lacht en wijst naar de plank onder één van de keukenkasten.
'Herinner je je nog, tijdens onze eerste week hier, dat je geluiden hoorde in de keuken, en ik je verzekerde dat het de waterleiding van de wc was?'
'Ja.'
'En weet je nog dat ik er in de loop van het jaar telkens op hamerde om etenswaren in de kast op te bergen?'
'Wegens warmte en zo. Ja.'
'En weet je nog, toen we bezoek hadden van je ex-collega Bart en zijn vriendin, en ik in het midden van de maaltijd luidruchtig opstond om de vuilniszakken in de keuken naar beneden te dragen?'
'Je gaat me toch niet vertellen dat ...'
'We hebben het hele jaar door het fijne gezelschap van een muizenfamilie gehad.'
Herman zwijgt even om zijn woorden kracht bij te zetten. Een siddering loopt door mijn lijf.
'Ik zag ze af en toe lopen in de gang. Soms zaten ze in een vuilniszak, die ik dan natuurlijk onmiddellijk - vaak mét muis - naar beneden droeg. Ik kon het je onmogelijk vertellen, begrijp je? Enfin, nu weet je het. We zijn hier binnen enkele uren toch voorgoed weg.'
Herman zet de fles op het aanrecht en loopt naar de stofzuiger.
'Ik ga nog wat poetsen', glimlacht hij. 'Geniet nog van het schrijven van je allerlaatste blog, lieverd.'
Gezoem weerklinkt. Ik trek mijn benen op en kijk verbijsterd naar de keuken waar de Londense familie huist die ik nooit gekend heb.
Maandag 7 juni - GOSSIP

We zitten, versufd van het inpakken, in Gossip, onze meest geliefde koffiebar op Broadway Market.
'Ik kan niet geloven dat het er bijna opzit', zeg ik tegen Herman die The Independent leest. 'Het jaar is omgevlogen, vind je niet?
'Mmm.'
'Luister je wel?'
'Ja. Nee. Ik lees hier net iets geestig. Een Londenaar die veertig ergernissen op een rij zet.'
Herman legt de krant tussen ons in.
'Moet je deze horen. Shop assistents who no longer say 'Can I help you', but 'You all right there?', and who, after you have made several large, unwieldy purchases, ask 'Do you need a bag?' Herkenbaar hé?'
Ik knik. De winkelbedienden in Londen tonen zich vaak niet van hun slimste kant.
'En deze. Noisy, drunken crowds overflowing from pubs to obstruct the pavement, once a feature of summer but now reminding us of the nation's drink problem all year round.'
Ik zucht. Het alcoholprobleem van de Londenaren tart inderdaad àlle verbeelding.
'En deze. Continued use of the term 'Royal' Mail. Why should the poor Queen have to carry the can for that appalling mess?'
Ik grinnik. In Engeland wordt de term 'Royal' vaker gebruikt dan de koningin haren op haar hoofd heeft, net zoals National, British of variabelen als Britain.
'Welke zijn jouw ergernissen, na zo'n jaartje wonen en werken in Londen?', vraag ik aan mijn vriend.
Herman vouwt de krant dicht en fronst zijn voorhoofd.
'De afgezakte broeken van mannen die tot het fraaie resultaat leiden dat, als ze gaan zitten, zoals die jongeman daar, je er een resem ponden in kwijt kan.'
Ik kijk naar de witte bilspleet van de jongen die een eindje verderop zit, en trek mijn neus op.
'Wat nog?'
'Mm. De alarms die blijven afgaan omdat niemand er op reageert! Weet je nog hoelang het alarm van onze benedenbuur is afgegaan?'
'Vier dagen of zo.'
'Op z'n minst. En oh! De onduidelijke stoepregels! Hoe vaak ben ik gebotst op iemand omdat ik niet wist naar welke kant ie zou uitwijken. Of omdat ie helemaal niet uitweek. Irritant. En niet te vergeten de opdringerigheid van Londenaren die een reclamefolder onder je neus duwen. En ook: de auto's die niet remmen als je de straat oversteekt, maar juist wat gas bijgeven ... En jij? Wat ergert jou?'
Ik denk diep na.
'De gewoonte van veel bars en restaurant om gewoon een ceedee op te zetten, zodat je verplicht bent om een uur lang naar dezelfde zanger of band te luisteren. Weet je nog, toen we voor het eerst in de bar C1001 zaten waar ze het ene nummer van Elton John na het andere afspeelden?'
Herman lacht.
'Ja, we dachten dat Elton John gestorven was, en dat het een eerbetoon aan hem was. Wat niet bleek te zijn, na een google-sessie hé. Helaas.'
'De designerbrillen van de Londense jeugd storen me ook', ga ik verder. 'Ten eerste omdat veel jongeren altijd een bril dragen. Binnen, buiten, putje winter, hartje zomer, heel aanstellerig vind ik dat. En ten tweede omdat het allemaal dezelfde brillen zijn! Van Mark Jacobs, zwart met klein zilveren detail. Buitengewoon exclusief, haha!'
Ik pauzeer even en glimlach naar de ober die onze koffies met een vriendelijk knikje op tafel zet.
'Wat vind je leuk aan Londen?', vraag ik aan Herman die verlekkerd naar zijn grote schuimende capuccino kijkt.
'Oh een hoop', antwoordt hij. 'Dat mensen luid praten, en hun conversaties ongenegeerd voeren in het bijzijn van anderen, vind ik erg leuk. Zoals die twee meisjes daar bijvoorbeeld. Ze zijn niet bezig met 'wat de rest denkt', ze gaan gewoon op in hun eigen gesprek.'
'Mm.'
'En de energie van jonge mensen, om initiatieven te nemen op kleine schaal. Ze lijken zich door niets of niemand te laten afschrikken. Wat ik ook geweldig vind, zijn de voortuintjes van de mensen. Arm of rijk, de voortuintjes zijn altijd zo schoon, met zorg gedaan ... En de hoeveelheid aan musea en galerijen waar alle kunst mogelijk is ... En jij?
'De supermarkten! Zeven op zeven dagen open, van vroeg tot laat. En de ontelbare leuke bars en restaurants waar de sfeer ongedwongen is! En de mix van mensen en uiterlijkheden die naast elkaar kunnen bestaan! De take-away sushi-bars! En de regering die hier op drie dagen al gevormd was ... En oh, de koffies die in grote hoeveelheden en vele variëteiten geserveerd worden!'
Ik neem een flinke slok van Hermans schuimende capuccino en laat de melk op mijn tong smelten. Herman zucht diep.
'Dat heeft me het meest geïrriteerd in Londen', zegt hij.
'Wat?'
'Dat jij het nooit kan laten om van mijn koffie te drinken. Wat is er mis met jouw café latte?'
'Niets. Maar jouw drankjes zien er meestal lekkerder uit.'
Herman schuift zijn capuccino naar zich toe en bekijkt me op een vreemde manier.
'Wat nu weer?', vraag ik.
'Je hebt een snor', zegt hij.
Vrijdag 4 juni - WATCHING YOU WATCHING IN TATE MODERN
Ik ga met mijn neus op een reeks foto's uit 1971 van Kohei Yoshiyuki staan. Afgebeeld zijn enkele koppeltjes die de liefde bedrijven in een park in Tokyo. Ze worden benaderd door Japanse mannen die behoedzaam dichterbij komen en trachten mee te doen. Op hun beurt worden ze omringd door andere mannen die, net als ik, staren naar dit nachtelijk fenomeen.
Lichtjes gegeneerd wend ik mijn blik af en kijk naar een volgende reek foto's. Richard Burton en Liz Taylor liggen innig in elkaar verstrengeld op een boot, zich niet bewust van een paparazzo die dit intiem moment vereeuwigt in enkele klikken.
Exposed. Voyeurism, Surveillance & the camera, de nieuwe tentoonstelling in Tate Modern, toont 250 foto’s uit het midden van de 19e eeuw tot vandaag, over een belangrijk onderwerp: het nemen van foto’s zonder toestemming van de afgebeelde persoon. De geselecteerde beelden zijn het werk van kunstenaars, fotojournalisten en amateurfotografen. Centraal staat het conflict tussen de beeldproductie (door kunstenaars, auteurs, overheden) en de rechten en wensen van de individuen ... een relatie die steeds meer gespannen wordt.
Ik wandel naar een volgende zaal. 'Witnessing Violence' is het thema hier, over de gevolgen van oorlog, misdaad en geweld, en op welke manier het kijken naar lijden en de dood ons fascineert ... En ja, ongewild gebiologeerd kijk ik naar een publieke executie in China tijdens de Second Opium War (door William Saunder), ik kijk naar The Naked City foto's van Weegee die moord en verminking afbeelden, en ik kijk naar een opeenvolging van foto's waarin een wanhopige vrouw uit een brandend hotel haar dood tegemoet springt.
'Straf hé?', zegt Herman die onverwachts achter me staat.
'Ik voel me een echte voyeur', fluister ik.
Herman neemt me bij de arm en troont me mee naar de laatste zaal. 'Surveillance: In the twentieth century', lees ik op één van de muren, 'camera's on street corners, in shops and public buildings silently record our every move, while web-based tools such as Google Earth adapt satellite technology to ensure that there is no escape from the camera's all-seeing eye.'
Verbijsterd kijk ik naar een foto van Simon Norfolk waarop een web van kabels te zien is die het regeringen mogelijk maakt om telefoongesprekken af te luisteren.
'Ik heb eens gelezen', zeg ik tegen Herman, 'dat er in Groot-Brittanië vier miljoen videocamera's opgesteld zijn om burgers in de gaten te houden.'
'Ik heb eens gelezen', antwoordt Herman, 'dat er vorig jaar 106 miljoen digitale fotocamera's verkocht zijn in Engeland.'
'Alles wordt geregistreerd.'
'Alles en iedereen.'
We bekijken de laatste foto's van de tentoonstelling en lopen dan de zaal uit, naar buiten.
'Ik heb het benauwd gekegen. Ik ga koffie halen. Wil je ook?', vraagt Herman.
Ik knik. Herman verdwijnt in de menigte dorstige bezoekers. Ik droom even weg en schrik op wanneer iemand op mijn schouder tikt. Het is een man met een statief en een groot fotoapparaat.
'Excuse me', zegt hij.
'Yes?'
'I work for the museum. I'm a photographer. I took a picture of you while you were watching the exhibition.'
Hij duwt zijn toestel onder mijn neus. Daar sta ik in het midden van de foto, voyeuristisch, in een bevreemdend licht.
'It's such a great picture. And Tate Modern wants to use it for intern and public relations. Obviously, I have to ask your permission.'
'I ... I didn't notice that I was being photographed', stamel ik.
De man lacht verlegen.
'I was watching you, while you were watching. If you agree, please sign this contract.'
Ik neem de pen in mijn hand en onderteken het formulier.
'Thanks a lot', zegt de fotograaf blij. 'Have a beautiful day.'
Dinsdag 1 juni- ALLERLAATSTE SCHILDERIJ

KLIK REC
'Is dit nu het allerlaatste schilderij dat je in Londen maakt?'
'Ja. Olieverf heeft tijd nodig om te drogen. Zeker een week of zo. Dus tegen volgende week woensdag is het net droog genoeg om versleept te worden.'
'Versleept?'
'Om verhuisd te worden, bedoel ik. Zo groot is het werk niet.'
'Je hebt het afgelopen jaar opvallend veel werken op klein formaat gemaakt.'
'Ja, dat is zo. Ik wilde zoveel mogelijk indrukken van Londen verwerken, en dat ging het makkelijkst op klein formaat. Want dat gaf me meer tijd om al mijn ideeën vast te leggen, begrijp je? De bedoeling is om de kleine werken in Hasselt te gaan uitvergroten.'
'Vind je het jammer dat je weer naar huis gaat?'
'Nogal. Maar ik ben zo opgeladen dat ik er weer enkele jaren tegenaan kan. In Hasselt was ik aan het doodbloeden. Hier heb ik me kunnen herbronnen. Ik heb energie. Dankzij Londen.'
'Wat schilder je op dit moment?'
'Dit hier? Het is een landschap, maar het heeft ook iets van een gezicht. Zie je?'
'Ja.'
'Toen ik hier vorig jaar aankwam, heb ik me vooral door de natuur van de parken laten inspireren, in grote schilderijen, met veel kleur en beweging. Daarna, in de winter, raakte ik gefascineerd door straatbeelden in Londen, in grote en kleine schilderijen, met veel suggestie van ruimte. En de laatste maanden maakte ik schilderijen die een synthese zijn van de twee, zoals dit laatste werkje. Weet je, het zijn de simpele dingen in Londen die me geïnspireerd hebben. Bomen, kleuren, stoepranden. Het was eigenlijk al lang geleden dat ik dingen uit de realiteit ben gaan schilderen. Een onderwerp. Dat heb ik in Londen herondekt bij mezelf.'
'Leg eens uit?'
'Ik ga altijd heel geïmproviseerd te werk. Ik creeër een toeval op het doek, waarbij ik associaties ga leggen met wat ik gezien of onthouden heb. Het verschil is dat ik vroeger schilderde volgens de redenering van het schilderen. Mijn werk was abstracter. Nu, hier in Londen, zijn mijn werken een weergave geworden van de indrukken die ik heb opgedaan. Het resultaat is een uitdagende spanning tussen enerzijds het abstracte gegeven - hoe verf gebruiken enzovoort - en anderzijds de realiteit. Mijn werken zijn realistischer geworden. Ik kan de realiteit die ik door mijn ogen zie, weergeven in mijn werk.'
'Heeft het voor jou iets met zoeken naar de essentie te maken? Streef je daar naar?'
'Wat een gekke vraag. Voor mij is de essentie van dingen het vele, het tegenstrijdige, de tegendelen die samenvallen. Niet een stukje eruit. Met dat idee ben ik al bezig sinds mijn vijftiende of zo. Ik maak geen analyse van de werkelijkheid, maar ik wil het geheel van de dingen weergeven. Hier in Londen zijn meerdere kunstenaars daarmee bezig, heb ik gemerkt. En dat geeft moed, want in België voelde ik me op dat vlak alleen.'
'Zijn kunstenaars zoals jij dan totaal afwezig in België?'
'Nee. Maar die krijgen, net als ik, de kans niet. De beste kunstenaars in België zijn zeker niet degene die in de belangstelling staan.'
'Zoals jij?'
'Kunstenaars zoals ik, ja. Maar ach. Aandacht krijgen is mijn bekommernis niet. Ik schilder. Das al.'
(Stilte)
'Londen heeft me geleerd het belangrijke van het bijkomstige te onderscheiden. Omdat er hier zoveel goede kunst aanwezig is, wordt er op een andere manier mee omgegaan. Het niveau van kritiek ligt hoger dan in België. In pakweg Hasselt maakt men zich druk om iets wat het niet waard is. In die val wil ik niet meer trappen.'
'Oh, mijn tape raakt stilaan vol. Nog één vraagje. Heb je de schilderijen die je hier gemaakt hebt, geteld?'
'Het zijn er een stuk of honderd. En dat is enorm veel voor één jaar. In België, maakte ik er twee per maand. Hier heb ik vier keer zoveel kunnen schilderen. Dat ritme wil ik in Hasselt verderzetten. Ik heb de ijver te pakken. Ik kan met een serieuze bagage weer naar huis gaan. Ik ben content.'
KLIK STOP
Ik steek mijn camera weer in de cameratas.
'Heb ik goed gebabbeld?', vraagt Herman die nog steeds aan zijn werktafel staat.
Ik knik tevreden en werp een blik over zijn schouder.
'Je laatste schilderijtje is mooi geworden.'
'Ik weet het.'
Woensdag 26 mei - LIKE A VIRGIN
Een frêle, hoog stemmetje klinkt in het holst van de nacht ...
like a virgin
touched for the very first time
like a vi-hu-huhur-gin
when your heart beats
next to-ho mine
Ik loop naar het openstaande keukenraam. Daar staat ze, op onze binnenplaats. Een klein meisje, een jaar of tien.
you're so fine and you're mine
make me strong yeah you make me bo-hold
oh your love thawed out
what was sca-hahahar-ed and co-hold
Ze zingt al dansend op de border van een bloemenperk. In haar ene hand houdt ze een handtas vast, haar andere hand heeft ze tot een vuist gevormd. Haar onzichtbare publiek joelt in stilte. Het meisje wiegt met haar heupen en zwaait de handtas boven haar kleine hoofd.
oooh oohoohoohooo ooohoohooh
Het is bijna middernacht. Wat doet zij hier? Verdwaald, verlaten, weggelopen, geestesziek?
Ik ga op de vensterbank zitten en wacht op een antwoord. Het meisje flaneert over haar catwalk van steen. Ze buigt en werpt een kushand.
'Nicole!'
Het meisje kijkt op. Een vrouw in oude jeans trekt de ingangsdeur van één van de gebouwen achter zich dicht en snelt over de binnenplaats.
'Time to go home, Nicole', zegt ze. 'I'm done with cleaning here.'
Nicole springt van de border en geeft de handtas aan haar moeder. Samen verdwijnen ze in de duisternis.
Maandag 24 mei - ANGSTHAZEN
Politiewagens, waarschuwingsborden en statige agenten versperren het voetpad langs de Thames. Herman en ik lopen er met een boogje omheen.
'Wat is er aan de hand, denk je?'
'Geen idee. Vraag het eens?'
'Waarom moet ik het altijd vragen?'
'Omdat daarom.'
Ik zucht. Ik hou niet van Britse agenten. Ze zien eruit alsof ze je met een stijve glimlach zullen neerknuppelen. Met tegenzin pik ik er de meest toegankelijke uit. Een agente. Met matte stem vertelt ze dat de Londense politie controles uitvoert op verdacht uitziende wagens, om eventuele terroristen af te schrikken.
'Terrorists are more likely to target the capital than any other city in Western Europe', zegt ze. 'It's the only place of major political significance, making it very attractive to Islamic extremists.'
'Are we in danger?', vraag ik.
'We know that there are some militants operating in the UK right now', antwoordt ze, 'but it's nothing to be worried about.'
Ik haak mijn arm huiverend in die van Herman.
'Wat ben je toch een angsthaas', lacht die.
We wandelen verder. Nu ons slechts twee weken resten in the capital city, zuigen we Londen op als een spons. Een laatste bezoek aan Tate Britain op Mill Bank hoort daar ook bij. Het museum beschikt over een uitgebreide collectie Britse kunstwerken uit de 16de tot de 20ste eeuw. Herman loopt er in een vaart door (hij kent de werken uit zijn hoofd) en houdt halt bij een televisiescherm waar een BBC-reportage getoond wordt van Henry Moore, één van de meest bekende Britse beeldhouwers.
We gaan zitten en worden algauw meegezogen in de vormende wereld van de kunstenaar. Een half uur verstrijkt. Mijn voeten tintelen.
'Blijven we nog lang zitten?', fluister ik.
'Nog even', antwoordt Herman, vastgekluisterd aan het scherm.
Een beetje verveeld kijk ik rond. Iets verderop zit een jonge donkere man, diep weggezakt in een éénpersoonszetel. Hij draagt een zwarte zonnebril en een kap over zijn hoofd. Hij houdt zijn gezicht naar het scherm gericht waar Henry Moore vertelt dat hij niet in woorden denkt, maar in vormen.
Vrede lijkt onder ons. Totdat de jonge man opstaat. Hij ijsbeert met kleine passen door de hal, maakt een gebalde vuist en mummelt iets in een onverstaanbare (Arabische?) taal. Zijn gemompel gaat over in geschreeuw, en het is allesbehalve duidelijk tegen wie hij het heeft.
'Joke?'
'Ja?'
'Kom.'
Herman staat op en trekt me mee naar buiten.
'Wat een haast heb jij opeens', zeg ik verbaasd.
Herman kijkt schichtig om zich heen.
'Die man zou wel eens gevaarlijk kunnen zijn.'
'Gevaarlijk?'
'Hij zou een mes kunnen bovenhalen. Of de boel laten exploderen.'
Ik onderdruk een lach.
'Je denkt dat ie een zelfmoordactivist is?', vraag ik.
Herman knikt.
'In Londen weet je maar nooit.'
Als twee angsthazen gaan we ervan door.
Donderdag 20 mei - AFSPANNEN
'Hoeveel schilderijen heb je het afgelopen jaar gemaakt?'
'Een stuk of honderd.'
'Hoe ga je die grote hoop naar België vervoeren?'
'Gewoon, met de verhuiswagen. Waarom?'
Ik wijs naar één van Hermans kleurrijke werken die de woonkamerwand vult.
'Krijg je die daar bijvoorbeeld door de deur en via de trappenhal, naar beneden?'
Herman kijkt verschrikt, alsof die vraag nog niet bij hem opgekomen is.
'Jee!'
Hij loopt naar onze kleine hal waar een deel van zijn grote schilderijen staan opgestapeld.
'Verdomme verdomme', hoor ik hem vloeken.
Op kousevoeten loop ik naar hem toe. Hij wrijft met een verwarde blik door zijn haar.
'Dat krijgen we nooit of te nimmer door de deur', verklaart hij. 'De grootste is drie meter op twee, de anderen twee meter op twee ...'
'En door het raam?'
Herman schudt zijn hoofd.
'Veel te klein. Ik zal alle grote schilderijen terug moeten afspannen.'
'Afspannen?'
'Ja, alle spijkertjes eruit prutsen en de doeken van hun spieraam halen.'
Tersluiks werp ik een blik op de zijkant een schilderij. Op het eerste zicht telt die ... oneindig veel spijkers.
Herman gaat vermoeid in de zetel zitten. Hij kreunt.
Zaterdag 15 mei - BROADWAY MARKET

'Momentje. Ik kan niet kiezen tussen deze jeansbroek en deze.'
Ik hou de twee kledingstukken in de lucht. Herman kijkt ernaar alsof ie dubbel ziet.
'Het zit 'm in 't detail', leg ik uit. 'Het blauw van deze is ietsjes donkerder en past beter bij dit grijze truitje. Door het wederkerende motief, snap je? De andere broek valt dan weer mooier over mijn schoenen, omdat de pijpen de juiste lengte hebben. Niet te lang, zie je? Ik kan de pijpen van de donkerblauwe jeans natuurlijk ook oprollen, maar die speelsheid vloekt dan weer met de ingetogen snit van het grijze truitje.'
Herman fronst zijn wenkbrauwen.
'Het is Broadway Market', zegt hij. 'Niemand let op wat je draagt.'
Ik snuif verontwaardigd.
'Iedereen die je daar ziet, heeft goed nagedacht over wat hij of zij aanheeft. Alle outfits zijn miniscuul uitgedokterd, ook al lijkt het alsof men maar lukraak iets heeft aangetrokken. En ja, natuurlijk is de verdraagzaamheid groot, en kan iedereen naast elkaar bestaan. Maar ik wil niet uit de toon vallen.'
Herman schudt zijn hoofd alsof hij hoopt dat de logica die ver zoek is, zo weer op zijn plaats valt.
'Ik ga al naar beneden, ik wacht er nog welgeteld vijf minuten', besluit hij.
'Zou ik mijn parelsnoertje aandoen, of die oorbellen met de zwarte bollen?' roep ik hem paniekerig na.
'Beiden, voor mijn part', roept Herman en laat de deur in het slot vallen.
Ik prop de broeken weer in mijn kast, trek overhaast een bloemetjesjurk aan en loop naar buiten waar Herman ongeduldig tegen de poort leunt.
'Kom', zegt hij terwijl hij een schalkse blik op mijn witte benen werpt.
Broadway Market is een straat in East End waar Herman en ik bijna elke zaterdag naartoe gezogen worden. Op Broadway Market vind je geen Starbucks, geen internationale ketens, geen metro's, geen toeristenstromen. Het is een plaats die, net zoals de rest van het oosten, lange tijd gezien werd als een verwaarloosd, gevaarlijk gebied met veel laagbouw en leegstaande pakhuizen. Vooral in de jaren negentig brokkelde de samenleving helemaal af, en al wie kon, zocht zijn toevlucht elders. Zes jaar geleden slaagden enkelingen erin om de buurt terug leven in te blazen. Winkeltje en galerijen sprongen als paddestoelen uit de grond, de kleine markt barstte opeens uit zijn voegen. Broadway Market werd op enkele jaren tijd een haard voor creativiteit, nieuwe mode en subculturen. Tegenwoordig is Broadway Market op zaterdag het meest geliefd. Dan vindt de wekelijkse markt plaats, en lijkt de hele buurt -in uitgekiend modische outfit- naar buiten te komen.
Vandaag is het druk. Herman en ik doen een tour tussen de kraampjes en eindigen op onze vaste stek, de piepkleine koffiebar 'Gossip' waar ze kruidige dranken en organische taarten verkopen. Vanop het kleine terras aan de straatkant kunnen we de voorbijgangers in vol ornaat bestuderen. Mijn blik valt op een jonge vrouw die net als ik een bloemenjurk aanheeft. Op haar hoofd draagt ze een hanenkam, haar voeten heeft ze in fuchsia pumps gestoken.
'Interessante combinatie', vindt Herman. 'Van eclecticisme gesproken!'
Ik leg mijn jurkje in de plooi en lach braafjes.
'En die jongen daar', wijst Herman. 'Hij draagt de pijpen van zijn jeans opgerold tot op twee verschillende hoogtes!'
Ik knik en drink een slok van mijn Chai Latte. Een klein meisje met een roze tutu over zilveren glitterkousen paradeert langs ons tafeltje aan de hand van haar mama. Niemand is hier te jong om zijn of haar grenzen in non-verbale expressie af te tasten.
'Ik vraag me af wat er met de buurt gebeurt na de Olympische Spelen', zeg ik mijmerend. 'Denk je dat de mensen van deze omgeving er blij mee zijn dat de Spelen hier vlakbij, in Stratford, gehouden worden?'
'Natuurlijk niet', antwoordt Herman. 'De buurt zal verknoeid worden door metrostelsels, een toevoer aan toeristen, ... Hoe dan ook, of de Olympische Spelen hier al dan niet doorgaan, is deze buurt gedoemd om zijn identiteit te verliezen.'
Ik kijk mijn vriend ongelovig aan.
'Het is het klassieke stedelijke scenario', legt Herman uit. 'Deze straat was tot voor kort armoedig en gevaarlijk omdat niemand zich erom bekommerde, n'est ce pas? Door de goedkope leefomstandigheden gingen jongen mensen -met weinig geld- op een creatieve manier kleinschalige projecten opzetten. De buurt werd steeds aangenamer en populairder, en alles ging om cultuur en uiterlijk vertoon draaien.'
'Ik begrijp niet waar je heen wil.'
'Hoe populairder een buurt wordt, hoe duurder. Pakhuizen worden hier omgebouwd tot lofts, de prijzen van de huizen stijgen. Je ziet het ook in het straatbeeld. Er komen steeds meer winkels en boetieks bij. Heb je gezien hoeveel een brood of een aubergine hier op de markt kost? Bijna dubbel zoveel als elders. En denk je dat de oorspronkelijke, arme buurtbewoners organische wortelcake kopen, of zoals wij, nieuwkomers met geld, een Chai Latte van drie pond kunnen betalen?'
Herman zwijgt en staart naar een oud vrouwtje dat de drukte op haar oude sandalen ontwijkt en een grote boodschappentas op wieltjes achter zich aantrekt.
'Ik vraag me af wat zij van haar nieuwe buurt vindt', knikt hij.
'Haar nieuwe buurt is toch mooier, veiliger en levendiger geworden', zeg ik. 'De locals hebben er dus toch ook baat bij dat een buurt trendy wordt?'
'Mmm', mompelt Herman.
We drinken allebei van onze kruidige Latte. De ober van de koffiebar komt naar buiten en veegt wat kruimels van één van de tafeltjes. Hij draagt een gele t-shirt, een okergele driekwart broek en geel met zwart gestreepte kousen.
'Ik blijf Broadway Market een leuke buurt vinden', zeg ik. 'Die mix aan nationaliteiten, de leuke shops en bars, de sfeer, niemand die zich kleedt naar gangbare normen ...'
Ik zwijg abrupt en kijk naar een lange rij wachtenden voor een marktkraampje met peperdure, organische halloumiburgers. Een vreemd gevoel heeft zich in mijn buik genesteld. Een dubbel gevoel.
Donderdag 13 mei - LEGE DOZEN
Donkere wolken drijven voorbij. De winterjas die ik vorige week weer uit de kast gehaald heb, hangt uitnodigend aan de kapstok. Ik doe hem aan en neem een paraplu onder de arm. Herman kijkt verbaasd op.
'Waar ga je heen?'
'Even luchtje scheppen. Wil je mee?'
'Dat gaat niet. Er moet minstens één van ons thuis zijn wanneer die verhuismannen ...'
'Ik weet het. Vind je het erg om thuis te blijven?'
'Euh, nee.'
Opgelucht trek ik de deur dicht. Mijn paraplu duw ik open. Onder het zachte geluid van mierengedrup steek ik de straat over. De hulpkok van een druk restaurant aan de overkant leunt zwaar tegen de voorgevel en rookt een sigaret. Hij herkent me en knikt vriendelijk.
'Hey lovely', zegt hij.
Ik ben geshockeerd noch gecharmeerd. In Londen holt men zijn woordenschat uit, en betekent 'hey lovely' zoveel als 'hallo jij'. Voor de kruidenier van de buurtwinkel ben ik 'darling', voor de groenteman op de zondagsmarkt 'sweety', zelfs een politieman te paard noemde me ooit 'beloved' toen ik hem de weg vroeg.
'Hello', knik ik beleefd terug.
Ik zet mijn tocht verder. Via Barbican loop ik helemaal naar de Thames. Mijn hart licht op wanneer ik de klotsende golven van de rivier hoor. Ik ga in het midden van de Millenium Bridge staan en tuur naar een toeristenboot die onder me door vaart. Een klein meisje in het roze wuift naar de mensenstippen op de brug. Ik hoop dat ze mijn brede glimlach ziet.
In het grote museum Tate Modern dat aan de andere kant van de brug ligt, krioelt het van toeristen. Ik negeer de drukte en sla een onbekende zijstraat in. Een onooglijk winkeltje met kunstboeken trekt mijn aandacht. Ik stap binnen. Herman die morgen verjaart, verbood me gisteren nog uitdrukkelijk om cadeaus te kopen. Ik sla zijn woorden stoutmoedig in de wind en kies een boek over Max Ernst in een prachtige uitgave. Je wordt tenslotte maar één keer éénenvijftig.
Het regent niet meer. Tevreden wandel ik weer oostwaarts, deze keer via Moorgate. Ik hou van het zakencentrum. Hier speelt zich alles af als een versnelde film. City-mensen gaan niet, ze hollen. Taxi's rijden niet, ze racen. Geld vloeit hier niet, het stroomt.
Ik vind mijn rustpunt, een piepkleine vijver met fontein, en neem voorzichtig plaats op een bank. Aan de overkant zit een zakenvrouw. Ze heeft haar knellende pumps uitgezwierd en bijt gretig in een gelaagde sandwich met pastrami. De hemel trekt plots open en de zon breekt uit. Nu pas merk ik de eend op. Ze zit op een steen in het midden van de vijver en geniet, net als ik, van haar bizarre eiland, de warmte en de tijd die haar nog rest.
'Do you see the little ones as well, sweetheart?', roept de zakenvrouw me toe.
Ik kijk. Verscholen in een waterbos van planten zitten vier pasgeboren Londenaren, donzig en zacht. Ik gun hen van harte het heerlijke stadsleven dat hen is beschoren.
Een sms van Herman haalt me uit mijn overpeinzingen. Of ik overreden, of in de Thames gesukkeld ben? Ik neem de kortste weg naar huis. In de gang struikel ik over lege verhuisdozen.
'Zijn ze geweest?', vraag ik aan Herman die met zijn neus in een boek zit.
'Wie?'
'De verhuismannen natuurlijk.'
Herman knikt.
'Ze hebben lege dozen gebracht. Verder is alles geregeld. Waar heb jij uitgehangen?'
Ik haal mijn schouders op.
'Overal een beetje.'
Ik loop naar de gang waar ik het boek voor Hermans verjaardag onopvallend wegberg achter een reeks tegen de muur gestapelde schilderijen.
Nog exact één maand in Londen. Zachtjes schop ik tegen de lege verhuisdozen. Dat kon ik echt niet laten.
Zaterdag 8 mei - DRUGSHOND
Mijn kleine koffer rolt dapper achter me aan. De vermoeidheid van een drukke week in België glijdt langzaam van mijn schouders. We zijn weer in Londen, onze andere thuis. Voor ons wankelen uitgedoste meisjes op torenhoge pumps. Ze dragen zwarte glitterkleedjes over eindeloos lange (blote) benen.
'Wat is hier veel volk', zegt Herman die zeult met een grote draagtas.
'Liverpool Street Station ligt het dichtst bij de uitgaansbuurt in Eastend', verklaar ik. 'Het is zaterdagavond.'
We volgen de meisjes die nu gibberend een roltrap naar boven nemen. Een zwarte Cocker Spaniel verschijnt onverwachts op de bovenste de trap en snuffelt ongevraagd aan mijn benen. Bij Herman doet ie hetzelfde.
'Hoe ongepast om je hond hier uit te laten', zeg ik geërgerd en werp een boze blik op zijn baasje.
'Het is een drugshond, slimmeke', zegt Herman. 'En dat is een politieman in burger.'
'Oh?'
Geboeid zet ik mijn koffer neer op de stoep en sla de Cocker gade.
'Ben je van plan om hier te blijven staan?', zucht Herman.
Ik knik. Herman geeft zich gewonnen en zet de draagtas aan zijn voeten. Het Britse uitgaansvolk rolt in grote stromen naar boven. De Cocker slaat vanop zijn strategische plaats geen enkele voorbijganger over.
'Die heeft vast drugs bij', fluister ik en wijs op een louche figuur in rood houthakkershemd.
De hond snuffelt even maar laat de man passeren.
'Hij vergist zich!', zeg ik.
'Die beesten ruiken drieduizend keer meer en beter dan wij', weerlegt Herman.
Hij stoot me aan.
'Daar heeft hij er eentje.'
De Cocker snuffelt onophoudelijk en springt hevig op tegen een braaf uitziende jongen van een jaar of twintig. Uit het niets verschijnen twee politieagenten. Ze grijpen de verbouwereerde jongen elk bij een arm, leiden hem uit het gezichtveld van de grote massa en fouilleren hem van boven tot onder.
De hond doet zijn werk verder. Zijn snuit gaat op en neer, op en neer. Ernaar kijken doet me al duizelen.
'Weer eentje binnen', roept Herman enthousiast uit, alsof we naar een voetbalmatch kijken.
Deze keer is het een jonge vrouw. Ze strijkt lange haren uit haar gezicht en kijkt verbaasd naar de hond die haar heeft verraden. Twee nieuwe agenten komen tevoorschijn, want hun collega's hebben hun handen vol met de twintiger. En de Cocker heeft er nog eentje gevonden! Een nieuw, derde politieduo treedt naar voren en neemt de man in een stevige greep. Geamuseerd kijken Herman en ik toe hoe de betrapte zich tracht los te worstelen.
De drugshond is ondertussen toe aan een pauze. De politieman in burger trekt hem via de leiband naar de kant. Daar krijgt hij een koekje, een bal in zijn muil om te ont-stressen, en een flinke aai over zijn kopje. De Cocker springt op en slaat zijn poten rond het middel van zijn baasje. Buiten mijn wil raak ik vertederd door die symbiose van dier en mens, hier op de stoep, temidden van het uitgaansleven in Londen.
'Huil je?', vraagt Herman verbaasd.
Ik schud heftig nee.
'Die koude wind doet me tranen', zeg ik snel. 'Het lijkt verdorie weer winter.'
Herman glimlacht onzeker.
'Kom', zegt hij. 'Naar huis.'
Ik pruttel niet tegen.
Maandag 3 mei - THE GIRL FROM BELGIUM
In mijn eentje loop ik naar Café 1001, een ontbijtzaak/bar nabij Brick Lane. De stad is verlaten. Winkels zijn dicht, verkeer blijft uit. Het is een bank holiday, een officiële verlofdag voor de Britten. London slaapt haar roes uit.
De stevige dame die de ontbijtschotels prepareert aan het kookeiland dat in het midden van de zaak staat, kijkt lachend op wanneer ik binnenkom.
'The same as usual?', vraagt ze.
Ik knik.
'It's so quiet here', zeg ik terwijl ik naar de lege tafels wijs.
'Not for long', antwoordt ze. 'There's a party going on in the room next door.'
'On a monday morning?'
'Oh no, it started yesterday evening.'
Verbaasd kijk ik naar de gesloten deur die toegang tot de bar geeft. Ik hoor doffe beats. London slaapt nog lang niet.
Ik ga aan een tafeltje zitten en klap mijn laptop open. De dame bedient me. Een gelukzalig gevoel overvalt me.
Wanneer ik mijn mails check, gaat de deur van de bar open. Muziek barst uit boxen, jongeren strompelen naar buiten. Ze lopen uitgehongerd naar de lange toog waar croissants, brownies, cookies, taart, muffins en cupcakes in grote hoeveelheden uitgestald liggen.
'Hey you', roept iemand luid. 'It's party time, not laptop time!'
Ik staar naar mijn scherm en probeer het feit dat ik de enige ben die uitgeslapen en nuchter is, te negeren.
'Do you mind if I join you?', vraag een jongen met Spaans accent en dubbele tong.
Een beetje geërgerd kijk ik naar de vele lege tafeltjes rond me. De jongen wacht niet op een antwoord en ploft zich neer.
'What are you doing?'
'Writing mails.'
'To who?'
'In fact, that's none of your business.'
'Sorry, I'm drunk.'
De jongen plaats zijn ellebogen op tafel, legt zijn hoofd op zijn handen en kijkt me met een zatte verliefdheid aan. Een andere jongen gaat naast hem zitten. Ik schuif ongemakkelijk op mijn stoel.
'Did you bring your laptop to the party?', vraagt die.
'I didn't go to the party.'
'How boring. Where do you come from?'
'Belgium.'
De twee jongens kijken elkaar aan.
'Belgium doesn't exist any more', zegt de Spaanse jongen.
'It's falling apart', knikt zijn Britse vriend.
Hij wuift naar een mollig meisje dat de feesttent net verlaat.
'Hey Rachel! The girl here is from Belgium!'
Rachel voegt zich bij ons. Haar haren zijn verwilderd, haar ogen doorlopen.
'Are you, really?', vraagt ze aan mij.
'Well euh yes', stamel ik, overrompeld door al die aandacht.
'How sad', zegt ze.
'Excuse me?'
'It's sad. London has more inhabitants than Belgium, and all we need is a mayor who is managing our city quite well.'
Ze gooit haar hoofd in haar nek en lacht. Het klinkt als gehinnik van een paard. Ik kijk beschaamd naar mijn toetsenbord. Het is de tragedie van de Belgische politiek, waar de regering weer aan moet geloven, waar het communautaire spel gebruikt wordt voor postjes, vriendjes en budgetjes en waar politici mij zelfs aan De Andere Kant Van De Tunnel voor schut zetten.
'Is Belgium really collapsing?', wil Rachel weten.
Ik haal mijn schouders op. Zijn nieuwe verkiezingen een garantie op communautair gebied? Een verenigd Europa en een verdeeld België: hoe moet ik dat in het buitenland uitleggen?
'I have no idea', antwoord ik. 'Why are you so interested?'
'We study politics', verklaart de Spaanse jongen.
'But we are to drunk for any discussion', valt zijn vriend hem bij.
Hij staat op en loopt wankelend naar de toog. De Spaanse jongen volgt hem.
'Is that why you are here in Londen?', vraagt Rachel.
'What do you mean?'
'Are you a runaway?'
Ik lach.
'A sort of', is mijn antwoord.
Rachel schuift haar stoel naar achter, rommelt in haar handtas en haalt er een sigaret uit.
'I wish you all the luck in monky land', zegt ze liefjes. 'Enjoy your breakfast.'
Ze sloft naar haar vrienden en struikelt nét niet over een vuilbak die langs de toog staat. Ik kijk beteuterd naar het bord waar mijn toast met roerei koud geworden is.
Dinsdag 27 april - AMY WINEHOUSE

Vermoeid blijf ik staan. Ik voel de lange wandeltocht langs het Regent's Canal in mijn stram geworden benen en vertik het om verder te gaan.
'Komaan', zegt Herman.
Ik schud koppig nee en wijs naar het zwarte plakkaatje waar de letters Camden Town nog net te lezen zijn in de schemer van een vallende avond.
'Laten we de metro in Camden Town nemen', zeg ik kordaat.
'En onze tocht dan? Het is nog maar een uurtje wandelen vanaf hier.'
'Ik kan niet meer.'
Herman zwicht met een zucht. Samen lopen we over een bruggetje dat naar Camden Lock Market leidt. De terrassen langs het water zitten vol. Het geroezemoes werkt aanstekelijk.
'Zullen we hier iets drinken?', vraag ik.
Herman trekt een bedenkelijk gezicht.
'Tussen de toeristen? Nee, dank je.'
We volgen Jamestown Road waar de drukte zich voorzet. Herman houdt halt voor een pub. Geblokte letters prijken tegen de voorgevel. The Good Mixer.
'Dit lijkt me gezellig, het heeft iets van onze Cambrinus in Hasselt', zegt hij. 'Ik moet trouwens dringend plassen.'
We stappen over de drempel. De pub is volks. In het midden staat een pooltafel. Herman verdwijnt in de drinkende menigte, ik bestel twee colaatjes en zoek een tafeltje. Tevreden strek ik mijn benen uit, blij dat ze me niet meer naar huis hoeven te dragen. Herman komt met geleegde blaas naast me zitten en port opgewonden in mijn zij.
'Je raadt nooit wie hier is.'
'Wie?'
'Die zangeres. Amy Winehouse.'
'Waar?!'
'Daar, naast die gast met die tattoes. Volgens mij is ze zat.'
Verbaasd kijk ik naar de spring-in't-veld die enkele meters verderop alle aandacht trekt. Amy Winehouse. Ze is nog kleiner dan ik altijd vermoedde. Ze draagt een afgeschoten jeans met opgerolde pijpen over oudroze ballerina's, in haar lange zwarte haar steekt een reusachtige bloemenspeld, en uit een felgroen shirtje puilen twee flinke borsten. Tussen haar vingers klemt ze een sigaret die onaangestoken is. Haar roodgekleurde lippen en zwaar opgemaakte ogen geven haar iets broos en brutaals tegelijkertijd. Ze is een porseleinen pop die onbreekbaar is.
'Niet zo staren', sist Herman.
'Iedereen staart naar haar", sis ik terug.
Ik drink voorzichtig aan mijn cola. Amy slaat een flesje bier achterover.
'Wat doet ze hier, denk je?', vraag ik aan Herman. 'Optreden?'
'Zich amuseren', antwoordt hij. 'Kattekwaad uithalen.'
Gefascineerd kijk ik naar de beroemdheid en merk nu ook tattoes op haar pezige armen op.
'Ze slaagt er altijd in om herrie te schoppen', vertelt Herman. 'Laatst las ik dat ze een poppentheater voor kinderen verstoord had omdat ze stomdronken was. Ze slaat ook regelmatig, en ze bijt. Afin, dat is toch wat de kranten berichten.'
Ik kijk weer naar de kleine herrieschopper. Ze flirt met haar omstaanders, lacht breeduit en loopt plots onze richting uit.
'Ze komt naar hier', fluister ik in lichte paniek.
'Ze gaat gewoon naar de wc', stelt Herman me gerust. 'Staar niet zo, alsjeblieft.'
Maar ik kan mijn ogen niet van haar afhouden. Amy Winehouse loopt met kleine wankele passen, en laat in het passeren haar blik over de tafeltjes gaan. Haar blik stopt bij dat van ons.
'You', zegt ze met een verrassend zware stem en wijst naar Herman. 'You remind me of someone. An actor.'
Ik schuif zo diep mogelijk weg in mijn stoel en vraag me af of ik droom.
'I .. I don't know', zegt Herman.
'Yes you do', zegt ze. 'What's his name again?'
Herman en ik kijken elkaar schaapachtig aan. Amy Winehouse wuift naar haar vriend die aan de toog staat.
'Robert Redford', flap ik eruit.
'Robert Redford', echoot de zangeres. 'That's him! Can I sit on your lap, Robert?'
Ze ploft zich onverwachts neer op Hermans schoot, veert onmiddellijk weer overeind en loopt verder.
'W ..wat was dat', stamelt Herman, uit zijn lood geslagen.
'Ik ... weet het niet', is mijn antwoord.
We kijken naar Amy die nu rond de hals van een andere pubganger hangt.
'Robert Redford?', vraagt Herman na een korte stilte.
Ik knik.
'Sommige vriendinnen van me vinden dat je op hem lijkt. Toen hij jong was, welteverstaan.'
Herman glundert. In een vreemde extase legen we onze glazen.
'Zullen we gaan?'
'Oké.'
We verlaten de pub, zatte Amy en haar vrienden. De koelte van de avond werkt vernuchterend.
'Niemand gaat dit ooit geloven', zeg ik.
'Ik denk het ook niet', zegt Herman. Maar weet je wat?'
'Wat?'
'Ik vind Amy Winehouse echt een toffe.'
Maandag 26 april - SPOORLOOS
Please, help me', zegt ze.
Een blonde vrouw van middelbare leeftijd klampt ons aan voor de ingang van Victoria Park. Ik laat mijn blik vlug van haar hoofd tot haar tenen gaan. Op het eerste zicht: geen bedelaarster.
'What's wrong?', vraag ik.
'My little darling', zegt ze met een snik. 'I lost her.'
Ze schokschoudert en kijkt hulpeloos in het rond.
'She was angry with me, because I wouldn't give her a candy. So she ran away. She always runs away when she's mad with me.'
'How does she look like?', vraagt Herman bezorgd.
'She's still very little. She wears a white shirt and black pants. And she has long hair. Her name is Amanda. Please help me find her.'
De vrouw draait zich om en klampt een ander stel aan. Aan hen doet ze snikkend hetzelfde verhaal.
'Het lijkt me vreselijk om je dochtertje kwijt te raken', zeg ik, bijna zelf in tranen. We moeten haar helpen.'
Herman knikt.
'Zullen we eens in het park gaan kijken?'
We lopen een rondje, zonder resultaat.
'Amanda!', klinkt het paniekerig aan de andere kant van het park. 'Amanda!'
'Ze is misschien in de vijver getuimeld'', zeg ik verschrikt. 'Of ontvoerd.'
'Ze vinden haar wel', sust Herman me.
De blonde vrouw is ondertussen in alle staten, roept de naam van haar verloren kind, en spreekt iedereen aan. Haar stem gaat door merg en been.
Plots horen we gejuich. Een corpulente man aan de overkant van de straat, wuift hevig.
'I've got her', roept hij.
Verrast kijken we naar het kleine meisje dat verlegen naast hem staat. Ze heeft het syndroom van Down.
'Oh little darling', roept de vrouw uit.
Uitzinnig van vreugde rent ze de straat op en neemt Amanda in haar armen. Amanda klemt zich hevig rond de hals van haar moeder. Hand in hand steken ze de straat weer over.
'Do you want some icecream?', horen we de vrouw zeggen.
Amanda knikt heftig.
Zondag 25 april - MARATHON
Met 60.000 lopen ze van Greenwich tot Westminster. Herman en ik staan ter hoogte van de London Bridge en vergapen ons aan de passerende marathonlopers die nog tien kilometer voor zich hebben. De meesten zien eruit alsof ze elk moment het loodje kunnen leggen.
'Bijna allemaal blanken', stel ik vast. 'En mannen.'
'De zwarten hebben de eindstreep allang gehaald', zegt Herman. 'En de vrouwen lopen vast in het staartje.'
Naast ons staan twee broertjes. Ik schat hen een jaar of zes en zeven. Ze dragen veel te grote t-shirten en trappelen ongeduldig met hun voeten.
'Pick it up again, man', roept er eentje luidkeels naar één van de deelnemers die met een wit vertrokken gezicht voorbijstrompelt.
'Come on!', roept de andere.
De man forceert een glimlach en komt langzaam weer in beweging. De jongetjes joelen van plezier.
'Je vraagt je af waarom die lopers zichzelf zo afmatten', zeg ik terwijl ik naar een vrouw staar wiens gezicht van inspanning zo rood is als vermiljoen en wiens benen donkerpaars uitslaan.
Herman haalt zijn schouders op.
'Kijk daar', zegt hij. 'Een blinde.'
De blinde man loopt stevig door. Via een koordje aan zijn pols is hij verbonden met zijn compagnon. Achter hem loopt een Indiër in een kort broekje. Op zijn hoofd prijkt een tulband die hoog boven de rennende massa uittorent. Hij wordt op de voet gevolgd door een tweeling, twee kaal geschoren gespierde dertigers die zich op identiek dezelfde manier voortbewegen. Het is de kleurrijke mix die zo eigen is aan Londen.
'Don't give up, Paul!', roept één van de kleine jongetjes naar een man die zijn naam op zijn T-shirt draagt.
'You either, Lee', roept zijn broertje. 'You 're only 6 miles from the finish now!'
Hun moeder wringt zich door de menigte en stopt hen elk een brownie toe. Ze staken het supporteren, voor even.
'Ik ben ooit eens tweede geworden tijdens een grote loopwedstrijd op de middelbare school', zeg ik fier.
'Ik was tot mijn veertiende jaar op jaar Belgisch kampioen op de honderd meter', zegt Herman droog.
'Je was wat?!'
'Belgisch kampioen. Ik liep de honderd meter op minder dan elf seconden.'
Hij tuurt voor zich uit.
'Waarom heb je het sporten opgegeven?'
'Ik heb mijn knieën kapot gelopen. Ik warmde me nooit op, en trainen deed ik het liefst op blote voeten.'
'Je deed wat?!'
'Ik liep op blote voeten. Zoals de Kenianen.'
Ik kijk naar de broertjes. Met chocolademonden schreeuwen ze de menigte nu toe, vastberaden om iedereen over de eindstreep te helpen.
'Heb je er spijt van?', vraag ik.
'Soms', antwoordt Herman kort.
Ik steek mijn arm in de zijne. Stilte schuift tussen ons. Zo wandelen we naar huis.


